Top
Bevolking
Bevolking van Thailand
Volgens een niet-officiële schatting door het Amerikaanse Bureau of the Census had Thailand in 2009 een inwoneraantal van bijna 66 miljoen mensen.
De bevolking is ongelijkmatig over het land verdeeld. De noordelijke hooglanden hebben de laagste bevolkingsdichtheid, terwijl de centrale laaglanden en het zuidelijke deel van het schiereiland dicht tot zeer dichtbevolkt zijn.

De Thaise bevolking bestaat voor ongeveer 90% uit Thai. De grootste minderheidsgroep wordt gevormd door de Chinezen, die zich echter vrij sterk met de Thai hebben vermengd. De Chinezen vormen een belangrijk deel van de 'toplaag' in de Thaise samenleving. Zoals elders in Zuidoost-Azië hebben velen zich gespecialiseerd tot handelaren. Ondanks de aanzienlijke assimilatie treden karakterverschillen tussen de Thai en de Chinezen soms aan het licht.

De Thai trokken sinds de 10e eeuw groepsgewijs vanuit Zuid-China het huidige Thailand binnen. In Thailand vermengden de Thai zich met de Khmers, de Mons en andere volkeren, in de 13e eeuw werden ze er de dominante bevolkingsgroep en ontstonden er Thai-rijken.

Een typische Thai heeft zwart sluik haar en een lichtbruine huid. Het is een ongeschreven wet onder de Thai dat men zich innemend gedraagt en hoffelijk overkomt. Zowel economisch als cultureel blijkt het Thaise volk een groot aanpassingsvermogen te hebben, snel te kunnen overschakelen naar nieuwe situaties, en gemakkelijk elementen uit andere culturen te kunnen overnemen. In de noordelijke provincies woont een scala van etnische minderheden. De meesten zijn bergbewoners die sinds de vorige eeuw Thailand vanuit het noorden (voornamelijk uit Myanmar en Laos) zijn binnengetrokken. Een aantal van die volkeren zijn de Akha, de Lisu, de Karen, de Hmong en Chinezen aangesloten bij of sympathiserend met de Kwomintang, verdreven uit China na de communistische revolutie.

Alhoewel de Bergvolkeren in totaal nog niet één procent van de totale bevolking uitmaken, zijn ze heel belangrijk voor Thailand. Ze behoren namelijk tot de grootste 'toeristische attracties' van het land. De vooroordelen over deze volkeren zijn aanzienlijk. Hoewel de koning zich intensief bezig houdt met het verbeteren van het lot van de bergvolkeren, wordt door vele Thai minachtend over hen gedacht. De Akha-stam wordt zelfs i-kars genoemd, wat vrij vertaald 'onbeschaafde slaaf' betekent. In werkelijkheid vormen de bergvolkeren een kwetsbare groep, die vaak bloot staat aan veediefstallen en doordat ze geen Thais staatsburgerschap hebben, gemakkelijk van hun grond verdreven kunnen worden. Onder vele bergstammen is een duidelijke verarming te constateren. De meeste informatie die erover verspreid wordt is summier en betreft vaak uit hun verband gerukte etnische eigenaardigheden, die dienen om de zucht naar het exotische en primitieve van de toerist te behagen.

Ten slotte zijn er nog enkele andere minderheden in Thailand.
Ten eerste zijn dat de moslims in de vier meest zuidelijke provincies. Hun aantal bedraagt ruim één miljoen zielen en cultureel staan ze dichter bij Maleisië dan bij Thailand.
In Thailand wonen bovendien nog enkele honderdduizenden Indiërs en Sikhs, waarvan er zich velen in de textielhandel hebben gespecialiseerd. Ze leven voornamelijk in de steden.
In het grensgebied met Cambodja zijn enkele streken waar Khmer leven.
Ook wonen er Mons in Thailand. De Mon vormden vroeger een aparte staat in het zuiden van Myanmar, maar ook gedeeltes van Thailand behoorden vroeger tot de Mon. Vooral in het oosten van de provincie Kanchanaburi zijn er veel Mons.